
Meer dan 50.000 doden, ruim 150 getroffen landen, waaronder drukbezochte toeristische bestemmingen: dat is de trieste balans van hondsdolheid, elk jaar opnieuw...
Ook Europa ontsnapt er niet aan. In de EU zijn er daarom strikte regels die moeten helpen om de verspreiding van hondsdolheid tegen te gaan.
Wat is hondsdolheid?
Hondsdolheid is een virusziekte die alle zoogdieren kan besmetten, maar toch vooral voorkomt bij wilde carnivoren, vleermuizen en ook huisdieren. Een mens kan besmet worden wanneer hij in contact komt met speeksel van een besmet dier, bijvoorbeeld wanneer hij gebeten, gekrabd of gelikt wordt. Honden zijn verantwoordelijk voor 99% van de gevallen bij de mens. Eens er symptomen verschijnen, zal een besmetting altijd tot de dood leiden, zowel bij mens als dier.
Welke ziektetekenen kunnen argwaan wekken?
Klassiek wordt bij een besmet dier agressiviteit, rusteloosheid en abnormaal gedrag (bv. een wild dier dat plots heel tam is) opgemerkt. Andere -minder voorkomende- klinische tekenen zijn: koorts, malaise, overdreven speekselproductie, weigeren van voedsel, opwinding, overgevoeligheid voor licht en voor sterke geluiden, spiertrillingen. Besmetting van andere dieren en mensen kan al van 2 weken vóór het verschijnen van de eerste ziektetekens gebeuren. Belangrijk om weten is ook dat een besmet dier soms maandenlang geen enkel symptoom vertoont, terwijl het toch wel degelijk besmet is!
Hoe wordt hondsdolheid gediagnosticeerd?
De ziektetekens geven meestal al een ernstige aanwijzing voor een besmetting met hondsdolheid. De diagnose kan maar met zekerheid gesteld worden door laboratoriumtests op de hersenen. Deze kunnen enkel uitgevoerd worden na een autopsie. Er bestaat dus geen test waarmee de diagnose met zekerheid kan gesteld worden op een levend dier.
Kan hondsdolheid behandeld worden?
Het behandelen van een besmet dier is niet mogelijk.
Een besmet persoon kan overleven op voorwaarde dat hij binnen de 24 uur antiserum tegen de ziekte toegediend krijgt. In veel gevallen wordt deze levensreddende behandeling pas veel later opgestart, omdat het dier op het moment van de beet nog geen ziektetekens vertoont en men zich niet realiseert dat er een besmetting is geweest. In dat geval is er geen enkele garantie dat de ziekte effectief kan gestopt worden. Eens er symptomen verschijnen, is er geen behandeling meer mogelijk. De patiënt zal dan binnen de 2 weken overlijden.
Hoe is de situatie in België?
Ons land heeft in de vorige eeuw veel met hondsdolheid te maken gehad, maar is nu al sinds 2001 "officieel vrij" van de ziekte. Dat betekent dat er al vele jaren geen virus meer circuleert. Toch is het risico niet onbestaande. Zo kan de ziekte op elk moment opnieuw binnengebracht worden door een besmet dier afkomstig van een land waar er nog hondsdolheid is. In 2008 waren er bij ons bijvoorbeeld twee gevallen van besmette honden, die na een vakantie meegebracht werden uit Afrika. Deze honden hadden op dat ogenblik geen symptomen, maar waren wel degelijk besmet. Na het verschijnen van de ziektetekens, moest een honderdtal personen, die contact hadden gehad met de besmette dieren, preventief serum toegediend krijgen en gevaccineerd worden. Ook in de buurlanden zijn de meeste gevallen van hondsdolheid toe te schrijven aan de terugkeer van gezelschapsdieren na een buitenlandse reis.
Wat moet ik doen wanneer ik mijn hond, kat of fret wil meenemen naar een ander land of naar België wil brengen vanuit een ander land?
Het dier moet altijd geïdentificeerd zijn met een elektronische chip en over een gezondheidscertificaat of een Europees paspoort beschikken waarin de vaccinatie tegen hondsdolheid vermeld is. Hoewel de vaccinatie tegen hondsdolheid niet meer verplicht is in België sinds 1 maart 2016, moet wie zijn hond, kat of fret wil meenemen naar het buitenland of wil binnenbrengen in België het dier nog wel laten vaccineren. Het dier moet daarvoor ten minste 12 weken oud zijn en kan bij een eerste vaccinatie pas ten vroegste 21 dagen later de grens over. Een vaccinatie bij een dier dat niet geïdentificeerd is, is niet geldig. Let er dus steeds op dat uw dier pas gevaccineerd wordt na de plaatsing van de elektronische chip. De tabel hieronder vat de eisen samen.
Ik wil mijn dier meenemen naar een land binnen de EU | Ik wil mijn dier meenemen naar een land buiten de EU |
---|---|
|
|
Ik wil mijn dier binnenbrengen in België vanuit een andere lidstaat van de EU | Ik wil mijn dier binnenbrengen in België vanuit een land buiten de EU |
---|---|
|
|
Besluit
Het risico op een besmetting met hondsdolheid is erg klein in ons land. Toch moeten we met zijn allen waakzaam zijn om geen hondsdolheid mee te brengen vanuit andere landen!
Negeer dus nooit de regels en neem in geval van twijfel contact op met het FAVV => https://www.favv-afsca.be/professionelen/contact/ grijs excel.
Om in alle veiligheid met uw gezelschapsdier naar het buitenland te reizen, raadpleeg :
- de rubriek: Op reis met uw huisdier en reizen met gezelschapsdieren
- de rubriek: Rabiës (Hondsdolheid)
- de website van de FOD Volksgezondheid « Reizen met dieren »
- onze brochure « Steek niks liefs in je valies »
Bron : Naar een artikel in de Nieuwsbrief FAVV nr.65, pagina's 10 & 11.