Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Activiteitenverslag 2024
Dierengezondheid

De bewaking van de dierengezondheid blijft een kernopdracht voor het FAVV. Dit is georganiseerd op basis van vooraf gedefinieerde programma’s die kaderen in een globaal sanitair beleid.

Deze bewaking laat toe op nationaal en internationaal vlak te garanderen dat onze dieren en dierlijke producten aan de wettelijke voorschriften voldoen en is voor België ook belangrijk in het kader van de intracommunautaire handel en de uitvoer naar derde landen.

Het sanitaire beleid van het FAVV is erop gericht “de vrije” status voor dierziekten te behouden en het toepassingsgebied ervan uit te breiden. Het voorziet onder meer in onderzoek en systematische analyses in geval van abortus bij runderen en kleine herkauwers, een aangepaste wintercampagne bij runderen en schapen, bloedanalyses van runderen afkomstig uit landen die niet officieel vrij zijn van bepaalde ziekten bij hun binnenkomst in België en analyse en monitoring van nieuwe of opnieuw opkomende dierenziekten.

Het FAVV vertrouwt een belangrijk deel van het gezondheidstoezicht toe aan de gewestelijke verenigingen voor diergezondheid ARSIA en DGZ (monitoring en diagnose van meldingsplichtige ziekten, gerichte bewaking van ziekten in het kader van officiële surveillance en uitroeiingprogramma’s, ondersteuning en bedrijfsbegeleiding in het kader van ziektebewaking, identificatie en registratie van dieren) alsook aan het Sciensano (nationaal referentielaboratorium in het kader van dierziekten en zoönosen, epidemiologisch onderzoek en risicoanalyse en trekt hier jaarlijks meer dan €10 miljoen voor uit.

 

Ook in 2024 veroorzaakt Blauwtong bezorgdheid

Blauwtong (BT) is een virale infectie die vooral runderen en schapen treft, en waarbij de symptomen over het algemeen meer uitgesproken zijn bij schapen.

In oktober 2023 werd de aanwezigheid van serotype 3 van dit virus (BTV-3) voor het eerst in België vastgesteld. Door deze infectie heeft België zijn statuut “vrij van blauwtong” verloren, worden  de Belgische herkauwers niet langer beschouwd als “de standaard veilige dieren voor handel in de EU” en gelden verplaatsingsbeperkingen naar andere EU-lidstaten. Het FAVV heeft veel inspanningen geleverd om de handel in levende dieren naar andere lidstaten zo veel mogelijk te vrijwaren. Het heeft hiertoe meermaals overleg gepleegd met de andere lidstaten wat geleid heeft tot versoepelingen van de verplaatsbeperkingen.

Sinds mei 2024 is er in de EU een vaccin ter beschikking en kan er, ook in België, tegen BTV-3 gevaccineerd worden met geïnactiveerde vaccins. Deze vaccins verminderen de viremie en de sterfte, maar ze geven geen volledige bescherming tegen alle klinische symptomen. De vaccinatie tegen BTV-3 was in 2024 vrijwillig, maar het FAVV heeft meermaals opgeroepen (via nieuwsbrieven, de beroepssectoren, dierenartsen,…) om zoveel mogelijk schapen en runderen te beschermen door middel van deze vaccinatie. De vaccinatiegraad in 2024 bleef ondanks de oproep van het FAVV laag. Vaak werd er pas gevaccineerd toen het virus al aan het circuleren was.  

Vanaf juli 2024 werd er een exponentiële stijging van het aantal gevallen van Blauwtong vastgesteld. Dit ging gepaard met ernstige ziektesymptomen, melkproductiedaling en sterfte, vooral bij niet gevaccineerde dieren. In 2024 was er van juli tot november een oversterfte van 27% bij runderen en 125% bij schapen. Bij drachtige dieren die besmet werden trad frequent abortus op en later werden bij kalveren en lammeren typische aangeboren afwijkingen waargenomen. Aangezien het virus in september massaal aanwezig was bij de blauwtonggevoelige diersoorten over het volledige Belgische grondgebied en om de administratieve lasten en de kosten zoveel mogelijk te beperken, werd de verplichting om elke klinische verdenking van Blauwtong te melden tijdelijk opgeschort tot eind 2024.  

Gelet op de impact van BTV3-infectie op de Belgische veehouderij en de dreiging van de insleep van BTV-8 en Epizoötische hemorragische ziekte vanuit Frankrijk, besliste minister Clarinval in december 2024 om een verplichte vaccinatiecampagne in 2025 te financieren.

 

Belang van bioveiligheidaudits in pluimveebedrijven

Een goede bioveiligheid is voor pluimveebedrijven essentieel om zich te beschermen tegen de insleep van aviaire influenza en andere pluimveeziekten. Ook in de strijd tegen antibioticaresistentie speelt bioveiligheid een cruciale rol.

Iedereen die een pluimveebedrijf betreedt moet de geldende bioveiligheidsmaatregelen correct toepassen. De beste manier om de bioveiligheid en daaraan gekoppelde maatregelen op een pluimveebedrijf te evalueren en te verbeteren, begint met een grondige analyse van de risico’s. Daarom is de verantwoordelijke van elk commercieel pluimveebedrijf (ongeacht het aantal dieren) sinds 2008 verplicht om jaarlijks zijn bedrijfsdierenarts uit te nodigen om een risico-evaluatie uit te voeren om zo de bioveiligheid op het bedrijf te evalueren.

Naar analogie met de bioveiligheid in varkensbedrijven worden de risico-evaluaties in pluimveebedrijven sinds 1 december 2023 uitgevoerd d.m.v. een digitale enquête. Deze enquête betreft de Biocheck van de Universiteit Gent en wordt ter beschikking gesteld via de Farmfitapplicatie van de erkende verenigingen DGZ en ARSIA. Voordien was er enkel een papieren risico-evaluatie opgesteld door het FAVV beschikbaar, maar deze digitale omschakeling zorgt voor een verlaging van de administratieve last en verhoogt de gebruiksvriendelijkheid. Aan de hand van het resultaat van de enquête kan indien nodig samen met de bedrijfsdierenarts een actieplan opgesteld worden ten einde de bioveiligheid van het bedrijf naar een hoger niveau te tillen. De Farmfitapplicatie is zowel op de computer, tablet als smartphone beschikbaar en stuurt de bevindingen en eventueel actieplan automatisch door naar het FAVV.

Op basis van de feedback van de landbouworganisaties en de dierenartsenverenigingen zijn volgende aanpassingen doorgevoerd in 2024:

  • Er zijn nu 7 in plaats van 3 verschillende enquêtes beschikbaar, afhankelijk van de grootte van het bedrijf en het bedrijfstype.
  • De vragenlijsten kunnen op inrichtingsniveau ingevuld worden in plaats van op beslagniveau. Dit betekent dat de dierenarts de risico-enquête slechts hoeft in te vullen voor één beslag binnen dezelfde inrichting, in plaats van voor elk afzonderlijk beslag, wat het minder arbeidsintensief maakt. Indien er meer dan één pluimveecategorie op het bedrijf aanwezig is, dient de vragenlijst wel voor elke categorie ingevuld te worden.
  • Tot slot is er de mogelijkheid om enkele observaties uit eerder uitgevoerde bioveiligheidsaudits automatisch over te nemen, op voorwaarde dat dit observaties zijn die doorgaans redelijk stabiel blijven door de tijd heen.