Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Bioveiligheid

Bioveiligheid is een essentiële pijler ter bescherming van uw veestapel. Het omvat alle maatregelen om te voorkomen dat gevaarlijke biologische organismen een bedrijf binnendringen, zich verspreiden of het bedrijf verlaten.

Het draagt rechtstreeks bij tot de bescherming van de gezondheid van mensen, dieren, planten en het milieu.

👉 Een goede bioveiligheid invoeren betekent het risico op ziektes verminderen... nog voordat ze een probleem worden.

Externe Bioveiligheid

Externe bioveiligheid is gericht op het verhinderen dat ziektes een bedrijf binnenkomen... en het voorkomen dat ze het bedrijf verlaten als ze er al aanwezig zijn.

Het draait om het identificeren en controleren van de belangrijkste dragers die ziekteverwekkers van het ene bedrijf naar het andere kunnen brengen.

Naast omgevingsfactoren zoals wind of afstromend besmet water, zijn er in een veehouderij drie cruciale elementen die ziektes kunnen verspreiden: dieren, mensen en voertuigen.

Om uw veestapel doeltreffend te beschermen, is het nodig om aangepaste maatregelen te nemen voor elk van deze dragers: procedures bij het binnenbrengen van dieren, bezoekersbeheer, hygiëne van materiaal, voertuigenstromen, zones met beperkte toegang, enzovoort.

👉 Wat moet u voorzien? Wat zijn de goede praktijken, verplichte maatregelen en aanbevelingen?

Dieren: elke aanvoer is een kritisch moment

Elk nieuw dier (aankoop) of elk dier dat terugkomt na een verplaatsing (na een wedstrijd of na een ontsnapping bij de buren) kan een ziekte meebrengen.

Wat u moet doen:

  • Systematische quarantaine of isolatie toepassen:
    • Geen direct contact tussen dieren (neus-aan-neus contact vermijden)
    • Geen indirect contact tussen dieren (drinkbakken, emmers, laarzen, touwen, handen, transportmiddelen en kledij van de veehouder of dierenarts...)
    • Idealiter gebeurt quarantaine of isolatie in een apart gebouw met eigen materiaal.
    • Een behandeling tegen insecten is nuttig tijdens de quarantaine, ter bestrijding van door vectoren overgedragen ziektes (BTV, DNC, Besnoitiose, ...)
  • Voor u een nieuw dier in het beslag opneemt, moet u alle testresultaten afwachten (testen bij aankoop /testen bij introductie).
    • Deze tests controleren of het dier geen ziekte draagt die de rest van het bedrijf in gevaar kan brengen. Zolang niet alle resultaten bekend zijn en een gunstige gezondheidsstatus bevestigen, blijft het dier in quarantaine. Dit is een cruciale stap om infecties op uw bedrijf te voorkomen. Voor IBR bijvoorbeeld moet u wachten op het resultaat van twee tests met een maand tussen.
  • Breng enkel dieren binnen met een gelijkwaardige of betere gezondheidsstatus.
    • Nationaal
    • En internationaal: het dier moet verplicht vergezeld zijn van een geldig gezondheidscertificaat.

Mensen: vaak vergeten toegangsweg

Dierenartsen, veehandelaars, arbeiders, technici, en de ophalers van kadavers... kunnen ziekteverwekkers van het ene bedrijf naar het andere brengen.

Aanbevelingen:

  • Vraag bezoekers om vooraf te verwittigen voor hun aankomst en zeker voor ze het bedrijf betreden.
  • Beperk de toegang tot de stallen (pictogrammen, signalisatie).
  • Moeten mensen toch binnen, eis dan:
    • Dat ze propere laarzen en kledij dragen, of wegwerpkledij.
    • Dat ze het voetbad correct gebruiken.
    • Dat ze hun handen wassen met zeep.

Voertuigen: een niet te onderschatten drager

Vrachtwagens die levende of dode dieren vervoeren, vormen een aanzienlijk risico.

Maatregelen:

  • Voorkom dat voertuigen gebouwen binnenrijden
    • Organiseer een duidelijk circulatieplan (bijvoorbeeld met pijlen).
    • Voorzie een aparte zone voor het ophalen van kadavers om contact met levende dieren te vermijden (bijvoorbeeld met markering op de grond).
  • Bij gedeelde voertuigen:
    • Controleer reiniging en ontsmetting voor dieren geladen worden.
    • Zorg dat voertuigen na gebruik gereinigd en ontsmet zijn.

Interne bioveiligheid

Interne bioveiligheid is erop gericht de verspreiding van ziektes binnen het bedrijf te voorkomen, tussen dieren onderling, maar ook tussen mens en dier.

Zelfs als een ziekteverwekker al aanwezig is in het bedrijf, is het mogelijk — en noodzakelijk — om verdere verspreiding te beperken.

Op het bedrijf kunnen verschillende situaties een overdracht bevorderen: contact tussen dieren, handelingen door de veehouder of anderen, gedeeld materiaal, verplaatsingen tussen gebouwen, en ook de aanwezigheid van huisdieren, wilde dieren of ongedierte.

Aangepaste maatregelen — organisatie van groepen volgens risico, strikte hygiëne, toegangsprocedures, materiaalbeheer — beschermen de hele veestapel effectief.

👉 Welke maatregelen nemen? Welke goede praktijken dagelijks toepassen?

Beperken van ziekteoverdracht tussen dieren

  • Organiseer dieren in groepen volgens hun gevoeligheid of gezondheidsstatus:
    • Groepen van gevoelige dieren: pasgeborenen, dieren rond het afkalven
    • Groepen van risicodieren: zieke dieren, aankopen
      -> Verzorg altijd eerst de gezonde en/of gevoelige dieren, daarna de zieke dieren.
  • Vermijd contact tussen groepen, en neem bijzondere voorzorgsmaatregelen:
    • Schone voetbaden bij de ingang
    • Materiaal en kledij per groep (gebruik bijvoorbeeld kleurcodes)
    • Regelmatig handen wassen
    • Reinig materiaal dat tussen groepen wordt gedeeld
  • Beperken van de toegang voor andere dieren tot het bedrijf:
    • Huisdieren of boerderijdieren:
      • Honden kunnen Neospora caninum overdragen, een parasiet die abortus bij runderen veroorzaakt. Ze raken besmet door nageboorten of doodgeboren kalveren te eten, en scheiden de parasiet via hun ontlasting uit, waarmee ze het voer kunnen besmetten. Het is dus essentieel honden uit de stal- en voederzones te weren.
      • Pluimvee kan botulisme veroorzaken bij runderen; deze gevallen zijn zeldzaam maar erg ernstig..
    • Wild:
      • Wilde zwijnen kunnen drager zijn van het Afrikaanse varkenspestvirus (AVP), het virus van de ziekte van Aujeszky of brucellose.
    • Wilde vogels kunnen vogelgriep binnenbrengen op het bedrijf. Het is essentieel fysieke barrières te installeren, geen aantrekkelijke waterplaatsen te voorzien en gebouwen goed af te sluiten. Ongedierte omvat diverse ongewenste dieren:
      • Knaagdieren kunnen leptospirose overdragen,
      • Stekende vliegen kunnen drager zijn van virussen en kunnen huidziektes en oogontstekingen veroorzaken,
      • Vogels kunnen drager zijn van salmonella.

Om deze risico's te beperken is een bestrijdingsplan noodzakelijk, gebaseerd op preventie (netheid, orde), goed onderhouden en afgesloten gebouwen, strikt voorraadbeheer en indien nodig gerichte rattenbestrijding en insectencontrole.

Voorkomen van kruisbesmetting tussen mens en dier

  • Handhygiëne blijft essentieel: mensen kunnen ziekteverwekkers via handen, kleding of materiaal overbrengen. Handen wassen is verplicht na elke taak en vóór en na het hanteren van dieren.
  • Voorzichtigheid met resistente ziekteverwekkers in de omgeving. Bepaalde bacteriën blijven weken tot maanden in gebouwen aanwezig (bv. salmonella, Q-koorts...)

-> Dat betekent:

  • Grondige reiniging voor u de nieuwe dieren verwelkomt,
  • Vermijd het verplaatsen van mogelijk besmet materiaal,
  • Maak bij verplaatsingen tussen gebouwen laarzen en handen altijd schoon.

Essentiële regels voor een goede reiniging en ontsmetting

  • Een goede reiniging verwijdert tot 95% van de kiemen
  • Desinfectiemiddelen zijn ineffectief op vuile oppervlakken
  • Voor een doeltreffende ontsmetting: volg de gebruiksaanwijzing van de fabrikant nauwgezet: aanbevolen verdunning, minimale inwerktijd, watertemperatuur...
  • Beter een goede reiniging dan een slecht uitgevoerde ontsmetting

Nuttige links

Vond je deze informatie nuttig?

Answer