Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Vrij wild

Productveiligheid / Volksgezondheid / Dierengezondheid

Omzendbrieven / Procedures   

  • Omzendbrief betreffende het grensoverschrijdende handelsverkeer in niet-onthuid grof vrij wild (PCCB/S3/1347004).
  • Omzendbrief met betrekking tot de wederzijdse erkenning van de Gekwalificeerde Persoon binnen de Benelux (jacht) (PCCB/S3/878741).
  • Omzendbrief met betrekking tot de reglementaire verplichtingen van de gekwalificeerde personen inzake eerste onderzoek van jachtwild - Oproep tot waakzaamheid met betrekking tot letsels die wijzen op Afrikaanse varkenspest of op tuberculose bij vrij wild (PCCB/S3/1219397):
    - Bijlage 1: Foto's laesies AVP
    - Bijlage 2: Foto's laesies TBC
  • Omzendbrief betreffende goede hygiënepraktijken en traceerbaarheid van vrij wild in wildbewerkingsinrichtingen en de activiteitenverklaringen die deze inrichtingen moeten doen aan het FAVV (PCCB/S3/1548213).
  • Omzendbrief* met betrekking tot de rechtstreekse levering, door een primaire producent, van kleine hoeveelheden van sommige levensmiddelen van dierlijke oorsprong aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel (PCCB/S3/1260681).

​​​​​​​* Revisie lopende naar aanleiding van de publicatie van het koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 januari 2014.

Uitzetten in het wild - pluimvee

Context

De wetgeving over het uitzetten in het wild behoort tot de bevoegdheid van de gewesten. Het is noodzakelijk om eerst en vooral bij zijn bevoegd gewest na te gaan of dat deze activiteit is toegelaten of niet.

Het houden voorafgaand aan de vrijlating – bevoegdheid van het FAVV:

Het houden van dieren (inclusief vogels) alvorens hun vrijlating in het kader van het uitzetten in het wild (in de natuur voor de jacht) is een activiteit waarvoor de federale overheid en dus het FAVV bevoegd is, namelijk voor de aspecten Veiligheid van de Voedselketen en de Diergezondheid.

Het houden van deze dieren voor hun vrijlating valt integraal onder de Europese diergezondheidswet: verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid.

De vrijlating – bevoegdheid van de GEWESTEN:

Vanaf het moment dat de dieren, gehouden met het oog op hun uitzetten in het wild, vrijgelaten worden, gaat de bevoegdheid over deze activiteit volledig over naar de 3 gewesten.

Dit is vanaf het moment dat de inrichting / de volière open gaat en er toegang wordt verschaft tot de natuur errond.
     
Wat concreet te doen?

Personen die vogels (fazant, patrijs…) willen aankopen om uit te zetten in het wild of deze vogels in deze context willen kweken of opfokken, moeten hiervoor voorafgaandelijk geregistreerd zijn bij het FAVV in SANITEL als exploitant, houder van pluimvee. Daartoe dienen zij contact op te nemen met ARSIA (Wallonië) of DGZ (Vlaanderen). Na registratie in SANITEL ontvangt de aanvrager een beslagnummer.

Indien aangekochte vogels na hun ontvangst binnen de 7 dagen worden uitgezet(1), volstaat enkel deze registratie in SANITEL bij ARSIA of DGZ. Het FAVV koppelt hieraan de ACT 441.

Indien de vogels daarvoor worden gekweekt of opgefokt, is voor deze activiteit (ACT 59) ook een toelating bij 10.2 bij het FAVV nodig. Indien het aantal van deze gehouden vogels op geen enkel moment het aantal van 199 stuks overschrijdt, volstaat de registratie en is geen toelating vereist.

Deze registratie laat ook toe om dit type van dieren te ontvangen uit andere lidstaten (deze informatie dient aanwezig te zijn in het systeem voor certificatie “TRACES” en dient goedgekeurd te worden door de lidstaat waar de dieren aankomen).

Om dergelijk type dieren te kunnen verzenden vanuit België naar andere lidstaten, is een toelating 10.1 vereist voor deze activiteit (ACT 58). Ook in dit geval is een certificatie verplicht.

Voor het FAVV: de exploitant, de houder van dit pluimveebeslag , moet niet noodzakelijk de titularis van de jachtrechten zijn.
      
Waarom? – wettelijke basis

Vogels die gehouden en gekweekt worden om op een bepaald moment te worden uitgezet in het wild, worden beschouwd als pluimvee en niet als wild(e dieren)(2). Het kan gaan om eender welke gehouden vogel, maar we denken daarbij in hoofdzaak aan de volgende soorten(3): kippen, kalkoenen, parelhoen, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten, en patrijzen.

Deze dieren worden immers actief gehouden (in gevangenschap) alvorens ze vrij in het wild terecht komen.

Dezelfde vogels die door particulieren in kleine aantallen gehouden worden in de tuin, als hobby, worden beschouwd als “in gevangenschap levende vogels”.

Vogels en andere dieren die gedurende hun volledige leven in de natuur leven, worden beschouwd als “wilde dieren”, met inbegrip van zij die in een gesloten gebied leven met eenzelfde vrijheid als vrij wild. Deze dieren worden op geen enkel moment gehouden door de mens. De uitzondering daarop zijn de “wilde dieren” die men houdt in geconsigneerde inrichtingen(4) (zoals een dierentuin).

Het houden van vogels (pluimvee) voor hun vrijlating in het kader van het uitzetten in het wild, gebeurt meestal in inrichtingen van het type “volière”.

Op het houden en verplaatsen van dit “pluimvee” zijn de regels van de Europese dierengezondheidswet(5) en van de aanvullende Belgische wetgeving(6) integraal van toepassing. Ook bij het houden en verplaatsen van “in gevangenschap levende vogels” zijn er regels in deze wetgeving.

Dat betekent voor dergelijk pluimvee dat:

Elke houder/kweker van dergelijk pluimvee daarvoor geregistreerd moet zijn als “exploitant” bij de bevoegde overheid in elke Lidstaat (FAVV in België, via ARSIA – DGZ);
De plaats (volière) waar dergelijk pluimvee gehouden wordt tot op het moment dat het wordt losgelaten en dus uitgezet wordt in het wild (zelfs als dit van zeer korte duur (uren) is), geregistreerd moet zijn als “inrichting” voor het houden van pluimvee bij de bevoegde overheid in elke Lidstaat (FAVV in België, via ARSIA – DGZ);
Bij de verplaatsing van deze dieren (pluimvee) tussen 2 inrichtingen binnen België moet steeds een verplaatsingsdocument worden opgemaakt. De gegevens daarvan moeten geregistreerd worden in SANITEL;
Bij de verplaatsing van deze dieren (pluimvee) naar of vanuit het buitenland moet steeds een diergezondheidscertificaat aanwezig zijn + zie punt 5;
De grensoverschrijdende verplaatsing van dergelijk pluimvee tussen 2 lidstaten enkel kan gebeuren: tussen geregistreerde pluimveebedrijven:

  • Het bedrijf van waaruit deze dieren worden verzonden moet een erkenning(7) hebben bij de bevoegde overheid in de Lidstaat van verzending. Voor België is dat een toelating 10.1 met activiteit ACT 58;
  • Het bedrijf van bestemming (in casus in België) is minstens een geregistreerd pluimveebedrijf;
  • Na het opmaken van een gezondheidscertificaat dat de plaats van vertrek en de plaats van bestemming vermeldt;
  • Het opmaken van een gezondheidscertificaat gebeurt volgens specifieke regels (waaronder TRACES) en met een gezondheidsonderzoek door een officiële dierenarts die het gezondheidscertificaat ondertekent en met het vermelden van de inrichting van bestemming die gekend en geregistreerd moet zijn door de bevoegde overheid van het land van aankomst (FAVV in België).

(1) Binnen de 7 dagen uitgezet = vanaf het moment dat de inrichting (volière) open gaat en toegang wordt verschaft tot de natuur errond.

(2) Verordening (EU) 2016/429 – artikel 4, definities 8°, 9° en 10°.

(3) Verordening (EU) 2016/429 – bijlage I, deel B (de vernoemde soorten vogels kunnen ook nooit “gezelschapsdier” zijn.

(4) Verordening (EU) 2016/429 – artikel 4, definities 48°.

(5) Verordening (EU) 2016/429 en zijn gedelegeerde verordeningen en uitvoeringsverordeningen.

(6) Koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de identificatie en de registratie van bepaalde hoefdieren, pluimvee, konijnen en bepaalde vogels.

Koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende het vervoer, het verzamelen en het verhandelen van bepaalde landdieren.

(7) Verordening (EU) 2016/429 – artikel 94.1.d).

Gekwalificeerde personen

Een gekwalificeerd persoon (GP) is een jager die een opleiding heeft gevolgd over het gedrag van wild, gezondheid en ziektes die voorkomen bij wild en de hygiëneregels, alsook de desbetreffende reglementering, en die nadien geslaagd is voor een examen (Verordening (EG) nr. 853/2004).

Alleen een gekwalificeerd persoon die deelgenomen heeft aan de jacht mag het verplichte onderzoek ter plaatse van gejaagd wild uitvoeren en een verklaring invullen en ondertekenen. Deze verklaring is verplicht om vrij wild, in zijn geheel en met de huid eraan, af te kunnen staan voor menselijke consumptie. De jager mag enkel primaire producten op de markt brengen, dit wil zeggen: karkassen van niet-gevild en niet-ontweid klein wild en van niet-gevilde maar ontweide karkassen van grof wild. Hij kan dit vrij wild afstaan aan een wildbewerkingsinrichting , en een beperkte hoeveelheid aan een particulier/eindverbruiker of aan een lokale detailhandel (beenhouwerij, restaurant, traiteur, gemeenschapskeuken…) (Koninklijk Besluit van 7 januari 2014 betreffende de rechtstreekse levering, door een primaire producent, van kleine hoeveelheden van sommige levensmiddelen van dierlijke oorsprong aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel). Het uitsnijden van dit wild door een jager vóór de rechtstreekse levering is niet toegelaten. Het is hem wel toegelaten het wild te bewaren voor zijn persoonlijk gebruik/te gebruiken voor persoonlijke consumptie – binnen zijn eigen gezin – zonder bijzondere voorwaarden. Hiervoor is de tussenkomst van een GP ten zeerste aanbevolen, maar niet verplicht.

De opleidingsinstellingen organiseren tot tevredenheid van de bevoegde autoriteit (FAVV) de opleiding om jagers op te leiden tot GP. Om toegelaten te worden tot deze opleiding dienen de kandidaten titularis te zijn van een jachtverlof, afgeleverd hetzij door het Waalse Gewest hetzij door het Vlaamse Gewest. Dit jachtverlof moet geldig zijn voor het lopende jachtseizoen tijdens hetwelke het examen wordt afgelegd.

Symposia 2018 ‘Gekwalificeerde Personen’ & Newsletter

GP-examen 2024

Het GP-examen 2024 vindt plaats op zaterdag 28 september in het Gosset Hotel, A. Gossetlaan 52, 1702 Groot-Bijgaarden.

Om toegelaten te worden tot het GP-examen, moeten de jagers aan volgende voorwaarden voldoen:

  • een GP-opleiding gevolgd hebben:
    - als u deze opleiding bij een Belgische opleidingsinstelling volgde, dient u dit niet zelf aan te tonen;
    - als u deze opleiding bij een andere instantie volgde, dient u het aanwezigheidsattest voor deze opleiding
    voor te leggen tijdens het examen;
  • beschikken over een geldig jachtverlof (en dit samen met identiteitskaart voorleggen tijdens het examen).

Jagers die wensen deel te nemen aan het examen, kunnen zich inschrijven via https://www.jachtopleiding.be/examen

Inschrijven is mogelijk tot vrijdag 20 september 2024.

Aanpassing registratienummers Gekwalificeerde Personen

In het kader van de regularisatie van nummers voor officiële documenten werd aan alle GP’s een BE-nummer toegekend. Voor de meeste GP's is dit hun oude S00-nummer, waarbij S00 vervangen werd door BE00 (vb. S00191234 wordt vervangen door BE00191234). Voor GP’s die landbouwhuisdieren houden, is dit het BE-nummer (Sanitel) dat DGZ hen toegekend heeft. Vanaf mei 2022 moet dit nieuwe BE-nummer vermeld worden op de verklaring na het eerste onderzoek van het wild na het doden.

Indien u vragen heeft of gewijzigde contactgegevens (telefoon, adres, e-mail) wenst te melden, kunt u contact opnemen via volgend e-mailadres: jacht-chasse@favv-afsca.be.

Afrikaanse varkenspest: de rol van de gekwalificeerde personen

Het aantal gevallen van Afrikaanse varkenspest bij everzwijnen neemt toe in de besmette zone die vastgesteld werd in ons land. Tot op heden zijn de gevallen echter beperkt gebleven tot de afgebakende zone.

Om het hoofd te kunnen bieden aan deze ziekte die de dierengezondheid en de economie op het spel zet, is de medewerking van iedereen essentieel.               

Allereerst, is het belangrijk om er rekening mee te houden dat er gedeelde bevoegdheden zijn tussen het gewestelijke niveau dat verantwoordelijk is voor de gezondheid van de wilde fauna en het federale niveau dat waakt over de gezondheid van opfokvarkens en gedomesticeerde varkens en de voedselveiligheid.

Om de verspreiding van Afrikaanse varkenspest te voorkomen, is het belangrijk dat de volgende maatregelen worden toegepast:

1. Op het ganse Belgische grondgebied 

Indien u een ziek everzwijn of een kadaver van een everzwijn aantreft, is het cruciaal dat u het dier niet aanraakt en onverwijld de gewestelijke autoriteiten op de hoogte brengt:

Gespecialiseerde teams zullen het kadaver verwijderen, het gebied ontsmetten en analyses uitvoeren.

2. In het besmette gebied 

Leef het regionaal verbod op de jacht, het voederen van het wild en verplaatsingen in de bossen strikt na (http://www.wallonie.be/fr/actualites/mesures-de-lutte-contre-la-peste-porcine-africaine).

3. Buiten het besmette gebied

Wanneer u als gekwalificeerd persoon in het kader van de jacht een everzwijn aangeboden krijgt voor het eerste onderzoek, vraagt het Agentschap dat u bijzonder voorzichtig bent. Vaak is de algemene gezondheid van de besmette dieren immers goed. In bepaalde gevallen vertonen ze zelfs geen enkel symptoom van de ziekte. In andere gevallen vertonen de dieren letsels die Afrikaanse varkenspest doen vermoeden, met name: bloeduitstortingen gelokaliseerd rond de oren, snuit of veralgemeend (nieren, spieren, huid...),
bloedingen ter hoogte van de lymfeklieren, een vergrote milt vochtophoping in de borst- en buikholte.

Indien u een everzwijn aantreft dat symptomen vertoont die Afrikaanse varkenspest zouden kunnen doen vermoeden, breng dan onmiddellijk de gewestelijke autoriteiten op de hoogte (zie bovenvermelde telefoonnummers). Verplaats in geen geval het karkas (met inbegrip van de ingewanden) en volg de instructies van de bevoegde diensten.

Verscherpte bioveiligheidsmaatregelen moeten natuurlijk ook worden nageleefd. Deze maatregelen en andere informatie kunt u terugvinden via de volgende link.

Trichinellose

Wat is trichinellose?

Everzwijnen (en varkens) kunnen besmet zijn met Trichinella, een microscopisch kleine parasiet. Indien men rauw, onvoldoende verhit of onvoldoende ingevroren vlees van een besmet everzwijn eet, kan men trichinellose krijgen. De Trichinellalarven bevinden zich als cysten in de spiercellen van het everzwijn. In de zure omgeving van de maag komen de larven vrij, hierna dringen de larven de wand van de dunne darm binnen, waar ze uitgroeien tot volwassen wormen. De irritatie en de ontsteking die dit veroorzaakt, kunnen voor misselijkheid, buikkrampen, braken en diarree zorgen. De vrouwelijke wormen produceren na vijf dagen nieuwe larven die via het lymfe- en bloedvatenstelsel doorheen het lichaam migreren. Dit kan leiden tot koorts, nachtzweten, spierpijn, zwelling rond de ogen en moeheid. De larven kapselen zich in en vormen een cyste in spiercellen (hart, spieren…).

De klachten kunnen weken tot maanden aanhouden en gaan van mild tot zeer ernstig, afhankelijk van hoeveel larven men opgenomen heeft. Sommige mensen met een Trichinella-infectie zullen er niets van merken, anderen kunnen er blijvende klachten (vb. zenuwstoornissen) en pijn aan overhouden, zelfs sterfte is mogelijk.

Waarom moet men zich bewust zijn van trichinellose en hoe kan men dit vermijden?

Men kan trichinellose oplopen door rauw, onvoldoende verhit of onvoldoende ingevroren vlees van everzwijn te eten dat besmet is met ingekapselde larven van Trichinella, zoals het geval was in België in 2014. Dieren die besmet zijn met deze parasiet zien er niet ziek uit, maar kunnen gedragsveranderingen vertonen, zoals minder actief zijn. De parasieten kunnen niet met het blote oog gezien worden.

Roken, invriezen of pekelen van vlees is niet voldoende om alle Trichinellasoorten te doden. Het is daarom zeer belangrijk dat het vlees voldoende tot in de kern verhit wordt (kerntemperatuur boven de 70°C) en/of voldoende lang ingevroren (10 dagen aan -23°C of 20 dagen aan een temperatuur
van - 15°C).

Monstername voor het Trichinellaonderzoek:

Ook al is het niet steeds wettelijk verplicht, vb. indien het vlees door de jager zelf en zijn gezin verbruikt wordt, toch moedigt het FAVV het Trichinellaonderzoek sterk aan.

Indien het everzwijn bestemd is om te worden afgestaan aan een eindverbruiker is de GP er toe gehouden monsters te nemen voor het Trichinellaonderzoek, deze naar een laboratorium te sturen en het resultaat van dit onderzoek mede te delen aan deze eindverbruiker.

Voor ieder everzwijn is het vereist een monster samen te stellen bestaande uit 3 stalen spierweefsel (spiervlees uit de voorpoot, de tong en het middenrif), voor een totaal van minstens 100g per dier. Deze hoeveelheid die omvangrijk kan lijken, is absoluut noodzakelijk om voldoende materiaal te hebben om eventueel een tweede analyse uit te voeren in geval van twijfel of tegenexpertise.

Het geheel van de 3 stalen van één enkel everzwijn wordt in een waterdicht plastic zakje gestopt (bemonsteringskits zijn verkrijgbaar bij de jachtfederaties) en geïdentificeerd met het nummer van de ingevulde verklaring en ondertekend door de GP. Deze handelingen dienen zo veel maal herhaald te worden als er everzwijnen zijn bestemd voor een eindgebruiker. Monsters kunnen op kamertemperatuur bewaard worden indien zij binnen een korte tijdspanne aan het laboratorium geleverd en onderzocht worden (binnen 2 dagen). Het is echter aanbevolen de monsters steeds gekoeld te bewaren, ook voor een korte bewaartermijn. Voor het bewaren tijdens een periode van 1 tot 3 weken voor onderzoek, moeten de monsters gekoeld worden op +4°C. Voor het langer dan 3 weken bewaren van monsters voor onderzoek, moeten deze ingevroren worden aan -20°C. De monsters moeten bij aankomst in het laboratorium nog ingevroren zijn. Het invriezen en het ontdooien vernietigt nl. het DNA van de Trichinella-larven, wat de identificatie van de soort verhindert.

De stalen worden verzonden naar een officieel laboratorium voor het onderzoek van trichinen aangeduid door het FAVV.