Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Richtlijnen voor de professionele ambulante verkopers en de gelegenheids-ambulante verkopers

Waarom deze richtlijnen?

Het FAVV waakt over de veiligheid van de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant. Daarom controleert het FAVV niet alleen de professionele ambulante verkopers, maar ook de occasionele of gelegenheids-ambulante verkopers, zoals die op festivals en evenementen.

Tijdens de zomermaanden, wanneer het risico op voedselintoxicaties toeneemt (bv. door onvoldoende koeling), voert het FAVV extra controles uit op festivals en evenementen. Toch blijven de richtlijnen en aandachtspunten het hele jaar door relevant en van toepassing om de voedselveiligheid te garanderen. Omdat het, vooral voor gelegenheidsverkopers, vaak niet eenvoudig is om te weten aan welke basisvereisten moet worden voldaan, wordt hieronder een praktische leidraad gegeven.

De belangrijkste aandachtspunten zijn:

  • Bewaartemperaturen van voedingsmiddelen;
  • Hygiëne van het verkooppunt en de uitrusting;
  • Persoonlijke hygiëne van de verkopers.

Enkele veel voorkomende tekortkomingen die de controleurs/inspecteurs van het FAVV op het terrein vaststellen, zijn:

  • Onvoldoende bescherming van de voedingsmiddelen tegen contaminatie;
  • Geen of onvoldoende stromend drinkwater of handwasvoorzieningen (zoals vloeibare zeep en/of hygiënisch systeem voor het drogen van de handen);
  • Gebrekkige temperatuurbeheersing: te koelen voedingsmiddelen worden uitgestald bij te hoge temperatuur (koude keten niet gerespecteerd) of warm te houden gerechten worden uitgestald bij omgevings- of te lage temperatuur (warmte keten niet gerespecteerd);
  • Vuile, moeilijk schoon te maken of slecht onderhouden werkoppervlakken en handelsruimte.

Wat een controleur/inspecteur van het FAVV precies controleert, staat omschreven in checklijsten die je kunt terugvinden op onze website: Thema’s > Controles > Controles door het FAVV > Checklists inspecties > naar de toepassing).

Belangrijke wettelijke voorschriften (minimale eisen)

Professionele ambulante verkopers (B2C) moeten beschikken over een toelating van het FAVV, (zie: Thema’s > Mijn activiteiten bij het FAVV > Registreer en/of wijzig uw activiteiten / zet uw activiteiten stop). De toelating of registratie moet geafficheerd worden op een voor het publiek zichtbare plaats.

Als professionele ambulante verkoper moet je aan de hygiënewetgeving (zie: Home > Hygiënewetgeving) voldoen en ben je verplicht om een autocontrolesysteem te hebben. Je kan hiervoor de Generieke autocontrolegids voor de B2C sector (G-044) gebruiken (zie: Thema's > Controles > Interne controles door bedrijven > Generieke autocontrolegids in de sector business to consumer).

Gelegenheidsverkopers moeten niet bij het FAVV geregistreerd zijn als ze slechts uitzonderlijk deze activiteit uitoefenen zonder handelskarakter (bv. een jaarlijkse pannenkoekenverkoop, een barbecue van de jeugdbeweging, … ). Zie FAQ 20 op de webpagina Thema's > Mijn activiteiten bij het FAVV > Registreer en/of wijzig uw activiteiten / zet uw activiteiten stop > FAQ "Erkenningen, toelatingen en registraties" voor de voorwaarden. Ze moeten wel voldoen aan de basisvereisten voor hygiëne aangezien ze net zo goed als professionele ambulante verkopers verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de producten die zij aanbieden of verkopen.

Algemene hygiënevoorschriften

  • De wettelijke bewaartemperatuur van de voedingsmiddelen moet te allen tijde gerespecteerd worden:
    • Vers vlees van slachtdieren: max. 7°C
    • Gehakt (inclusief preparé): max. 4°C
    • Vers vlees van gevogelte: max. 4°C
    • Verse vis (ook maatjes): temperatuur van smeltend ijs (max. 4°C)
    • Gerookte vis: max. 4°C
    • Te koelen voedingsmiddelen (belegde broodjes, koude schotels, koffiekoeken met banketbakkersroom …): max 7°C
    • Andere: temperatuur zoals aangegeven op de verpakking
    • Warme gerechten: min. 60°C. Warm voedingsmiddelen steeds zo snel mogelijk op en breng de temperatuur binnen twee uur van 60°C naar 10°C wanneer deze moeten gekoeld worden.
    • Bakken in frituurolie of –vet (thermostaat vereist): max. 175°C voor het bakken van aardappelproducten (frieten …) en max. 180°C voor het bakken van andere voedingsmiddelen dan producten op basis van aardappelen
    • Diepgevroren voedingsmiddelen: -18°C of lager.
  • Ook tijdens het transport moeten de wettelijke temperaturen behouden blijven: gebruik een koelwagen of bij gebrek daaraan frigoboxen, isotherme zakken/bakken met koelelementen, …
  • De bewaartoestellen moeten voorzien zijn van een thermometer en de temperatuur moet geregeld gecontroleerd worden. In gekoelde ruimten waar voedingsmiddelen uitgestald worden voor verkoop /levering aan de eindverbruiker, moet de temperatuur duidelijk zichtbaar zijn voor het publiek.
  • Ontdooien van voedingsmiddelen moet onder aangepaste omstandigheden (gekoelde ruimte of koelkast) gebeuren. Een ontdooid product mag niet opnieuw worden ingevroren.
  • Er wordt aangepaste en propere kledij gedragen bij de bereiding van voedingsmiddelen. Er mogen geen juwelen aan de handen en onderarmen gedragen worden en nagels dienen kort, schoon en ongelakt te zijn. Haren samengebonden of haarnetje (met haren weggestopt).
  • De handen moeten regelmatig gewassen worden: een uitrusting voor het hygiënisch wassen (stromend drinkbaar water en vloeibare zeep) en drogen van de handen (wegwerphanddoekjes/papierrol) moet aanwezig zijn en gebruikt worden. Om aan de vereiste van stromend drinkbaar water te voldoen, kan een bidon met een kraantje volstaan.
  • Wonden aan handen, armen of hoofd moeten verzorgd worden en met een sluitend verband afgedekt, opdat contaminatie van de voedingsmiddelen vermeden wordt.
  • De aanwezigheid van huisdieren is verboden (tenzij op plaatsen waar uitsluitend voedingsmiddelen verbruikt worden, op voorwaarde dat de dieren de voedingsmiddelen niet kunnen verontreinigen).
  • De nodige hygiënemaatregelen moeten genomen worden zodat contaminatie (stof, regen, …) en bederf van de voedingsmiddelen en de aanwezigheid van ongedierte (vliegen, vogels, knaagdieren, …) vermeden wordt.
  • Er mogen geen voedingsmiddelen aanwezig zijn die bedorven zijn, waarvan de uiterste consumptiedatum (“te gebruiken tot…”) overschreven is of die ongeschikt zijn voor menselijke consumptie.
  • Gebruik verpakkingsmateriaal en voorwerpen die geschikt zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen (schotels, onmiddellijke verpakking, lepels, messen, …)
  • Voorkom kruiscontaminatie: elk contact tussen rauwe en bereide voedingsmiddelen moet worden vermeden, gebruik niet dezelfde werkoppervlakken en messen voor het bereiden van rauwe kip en groenten, was best af tussen elke bereiding…
  • Alle uitrusting en apparatuur die met voedingsmiddelen in aanraking komt, moet schoon gehouden worden (indien nodig ontsmet) en mogen geen bron van contaminatie voor het voedingsmiddel vormen.
  • Oppervlakken, die met voedingsmiddelen in aanraking komen, moeten schoon zijn, goed worden onderhouden, gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt en, waar nodig, gedesinfecteerd. Zij moeten vervaardigd zijn uit, of bedekt zijn met, glad, niet-absorberend, afwasbaar en niet-toxisch materiaal.
  • In geval van een ambulante vlees- of viswinkel: de wanden en het dak van de mobiele bedrijfsruimte moeten stevig zijn, de binnenzijde van de vloer, de wanden en het dak moeten bestaan uit hard, glad, ondoordringbaar, afwasbaar en niet-toxisch materiaal.  De zijden die open zijn voor het publiek moeten voorzien zijn van een schut, zodat de voedingsmiddelen beschut zijn tegen manipulaties door de kopers, stof, zonlicht en verontreiniging van buiten uit.
  • Voorzie een “propere” en een “vuile zone” . De “propere zone” is de plaats waar de voedingsmiddelen bewerkt worden. De “vuile zone” is de ruimte voor de vuile gereedschappen, het afval, de vuilnisbakken, …
  • Voedingsmiddelen of recipiënten met voedingsmiddelen mogen niet rechtstreeks op de grond geplaatst worden.
  • Niet verpakte voedingsmiddelen (met uitzondering van verse groenten en fruit) moeten afgeschermd zijn van het publiek.
  • Voedingsafval of resten van aan verbruikers geserveerde voedingsmiddelen mag niet opnieuw gebruikt worden voor menselijke consumptie.
  • Een afsluitbare afvalbak (liefst met voetpedaal) moet aanwezig zijn en mag de voedingsmiddelen niet verontreinigen. Afval (o.a. volle vuilniszakken) moet regelmatig verwijderd worden.
  • Voorverpakte voedingsmiddelen moeten correct geëtiketteerd zijn (benaming, ingrediëntenlijst met allergenen, minimale houdbaarheidsdatum of uiterste consumptiedatum, plaats van herkomst, ...).
  • Voor onverpakte producten moet de allergeneninformatie schriftelijk aangebracht zijn op een fysische of elektronische drager of moet deze informatie onmiddellijk mondeling kunnen worden gegeven op de plaats van verkoop.

Meer informatie

Via Publicaties > Brochure:

Via Thema's > Controles > Interne controles door bedrijven > Autocontrolegidsen:

  • Generieke autocontrolegids voor de B2C-sector (G-044), met onder meer volgende relevante steekkaarten:
    - steekkaart Ambulante en tijdelijke verkoop
    - steekkaart Gefrituurde gerechten
    - steekkaart Voedselinformatie voor (niet-)voorverpakte voedingsmiddelen
    - …
  • Quick-start fiches (fiches met de belangrijkste principes voor voedselveiligheid die je kan ophangen als geheugensteuntje)