Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Waterkwaliteit in de voedingssector

                                                                                                                                                                                                                                                                                  

Introductie

Een operator actief in de voedingsindustrie kan door verschillende soorten en bronnen van water bevoorraad worden:

  • water afkomstig uit het openbaar leidingnetwerk (leidingwater);
  • water opgepompt uit een grondwaterput;
  • water aangevoerd met tankwagens of tankschepen;
  • water afkomstig van andere bronnen, zoals regenwater, productwater, gerecycleerd water en oppervlaktewater.

Hierbij zijn mengelingen mogelijk en dienen al dan niet extensieve behandelingstreinen voor geïmplementeerd te worden om het water tot een bepaalde kwaliteit te brengen.

                                                                                                                                                                                                                                                                                 

 

Water bestemd als (voorverpakt) drinkwater

Water dat wordt aangeboden als drinkwater of gebotteld wordt in flessen of andere verpakkingen dient uiteraard drinkbaar te zijn. Betreffende voorverpakt drinkwater kunnen drie types water onderscheiden worden:

Voor meer informatie betreffende de wettelijke vereisten voor elk van deze types water wordt u via bovenstaande linken doorverwezen naar de betreffende webpagina’s opgesteld door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding (mail FOD VVVL DG APF: apf.food@health.fgov.be ).

In de levensmiddelensector wordt ook niet-voorverpakt drinkwater aangeboden: zo bieden bepaalde horecazaken zelf gebotteld en/of (on)behandeld water aan als drinkwater en kunnen de klanten in bepaalde detailhandelaars zelf drinkwater aftappen. Dergelijk water valt binnen de scope van het koninklijk besluit van 14 januari 2002 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water dat in voedingsmiddeleninrichtingen verpakt wordt of dat voor de fabricage en/of het in de handel brengen van voedingsmiddelen wordt gebruikt ALS het hierbij gaat over één van volgende types water:

  • behandeld leidingwater. (Let op louter ‘koelen’ of ‘bruis opsteken’ wordt niet als ‘behandeling’ beschouwd in het kader van het toepassingsgebied van het KB van 14 januari 2002);
  • zelf geproduceerd drinkbaar water (bv. vertrekkende van een eigen grondwaterwinning);
  • water geleverd uit een tankschip of tankauto.

Het Agentschap is bevoegd voor de controle betreffende de vereisten opgelegd in dit KB, dewelke is afgeleid van de Europese richtlijn 98/83/EG betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water. Ter verduidelijking van de vereisten in dit KB betreffende o.a. dit niet-voorverpakt water is volgende omzendbrief beschikbaar:

  • Omzendbrief betreffende de controle op de kwaliteit van water in de levensmiddelensector. (PCCB/S3/1140519).

In deze omzendbrief worden tevens versoepelingen voorzien betreffende de controlevereisten voor behandeld leidingwater, indien aan de gespecifieerde voorwaarden voldaan wordt.

Merk op dat de bevoegdheid betreffende de controle van de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water complex is, en niet geheel valt binnen de bevoegdheid van het Agentschap. Zo valt o.a. de controle op drinkwater geleverd via het openbare distributienet onder de bevoegdheid van de regionale autoriteiten. Meer informatie hierover vindt u via volgende link:

                                                                                                                                                                                                                                                                               

Water gebruikt door operatoren actief in de bewerking, verwerking en distributie van levensmiddelen

Een operator kan water in zijn onderneming gebruiken voor verschillende toepassingen:

  • voor de reiniging van de installaties en binnenruimtes;
  • als ingrediënt;
  • voor specifieke productiestappen zoals bv. extractieprocessen, het kookproces of het wassen van levensmiddelen.

Aan de hand van onderstaande vragen en bijhorende antwoorden kunnen de operatoren actief binnen de verwerking/bewerking en distributie over welk water kan gebruikt worden. Hierbij wordt enkel gefocust op water gebruikt binnen toepassingen die een mogelijke impact hebben op de voedselveiligheid. Water gebruikt voor toepassingen zoals brandbestrijding en luchtzuiveringstechnieken die geen impact hebben op de voedselveiligheid komt niet aan bod.

Meer informatie over de kwaliteitsnormen voor water gebruikt in de voedingsindustrie kunt u ook vinden op volgende webpagina van de FOD volksgezondheid:

Kwaliteitsnormen voor de voedingsproductie

 

1) Welke types water worden er gebruikt in de voedingssector?

Afhankelijk van de toepassing kan de operator volgende verschillende types water gebruiken binnen een bedrijf:

  • Water van drinkwaterkwaliteit (= drinkwater): dit is water dat voldoet aan de minimumvereisten inzake voor menselijke consumptie bestemd water die zijn vastgesteld bij richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.
  • Schoon water; dit is natuurlijk of gezuiverd water dat geen micro-organismen of schadelijke stoffen bevat in een hoeveelheid die direct of indirect invloed kan hebben op de gezondheidskwaliteit van levensmiddelen.
  • Niet-drinkbaar water: dit is water dat niet valt onder de definitie van drinkwater.
foto schema water

                                                                                                                                                                                                                                                                                 

2) Welke waterbronnen kunnen aangewend worden in de levensmiddelen sector?

Een operator actief in de voedselketen kan door verschillende bronnen van water bevoorraad worden voor de productie van drinkbaar water, zoals:

  • water afkomstig uit het openbaar leidingnetwerk (leidingwater);
  • water opgepompt uit een grondwaterput;
  • water aangevoerd met tankwagens of tankschepen;
  • water afkomstig van andere bronnen, zoals regenwater, productwater, gerecycleerd water en oppervlaktewater.

Mengelingen van bovenstaande bronnen zijn mogelijk en de implementatie van een al dan niet extensieve behandelingstrein is noodzakelijk om het water tot drinkwaterkwaliteit te brengen.

Voor de productie van schoon water kunnen er wel beperkingen zijn betreffende welk type bronnen gebruikt kunnen worden.

Indien het gebruik van schoon water gebaseerd is op een vrijstelling conform de procedure PCCB/S3/1252620 dan moet voldaan worden aan de voorwaarden gelinkt aan de verkregen vrijstelling. Vaak worden in dat kader beperkingen geïdentificeerd met betrekking tot de oorsprong van het water.

                                                                                                                                                                                                                                                                                

  

3) Aan welke vereisten moet water van drinkwaterkwaliteit voldoen?

Water van drinkwaterkwaliteit moet conform de definitie voldoen aan de minimumvereisten opgenomen in het koninklijk besluit van 14 januari 2002 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water dat in voedingsmiddeleninrichtingen verpakt wordt of dat voor de fabricage en/of het in de handel brengen van voedingsmiddelen wordt gebruikt (Nummer NUMAC – 2002022096 – voor de gecoördineerde wetgeving).

Drinkwater moet gezond en zuiver zijn en hieraan wordt voldaan indien het water:

  • geen micro-organismen, parasieten of andere stoffen bevat in hoeveelheden of concentraties die gevaar voor de gezondheid van de consument kunnen opleveren, en
  • voldoet aan de minimumvereisten van bijlage, punten I en II van het KB van 14 januari 2002.

Het KB van 14 januari 2002 is van toepassing op water van een andere bron dan het openbare leidingnet en behandeld leidingwater dat gebruikt wordt voor een toepassing tijdens de vervaardiging, de behandeling, de conservering of het in de handel brengen van voedingsmiddelen waarvoor water van drinkwaterkwaliteit vereist is.

Voor drinkwater dat valt binnen de scope van het KB van 14 januari 2002 zijn naast vereisten betreffende de zuiverheid (zoals parametervereisten) ook bijkomende vereisten van toepassing betreffende de beheersing van het volledige productieproces (inclusief onttrekking en distributie) en hieraan gelinkt het controleprogramma (= operationele monitoring + nalevingsmonitoring). Voor meer informatie wordt doorverwezen naar de omzendbrief betreffende de controle op de kwaliteit van water in de levensmiddelensector (PCCB/S3/1140519).

In deze omzendbrief worden tevens versoepelingen voorzien betreffende de vereisten voor de nalevingsmonitoring voor behandeld leidingwater, indien aan de gespecifieerde voorwaarden voldaan worden.

                                                                                                                                                                                                                                                                               

4) Kan er afgeweken worden van de vereiste om water van drinkwaterkwaliteit te gebruiken?

In de meerderheid van de situaties dient water van drinkwaterkwaliteit gebruikt te worden voor een toepassing gelinkt met de bewerking, verwerking of distributie van levensmiddelen.

Indien men niet-drinkbaar water (zijnde water dat niet voldoet aan alle parametervereisten) wenst te gebruiken, dan moet daarvoor een vrijstelling gevraagd worden. Dit kan volgens de procedure voorzien in de omzendbrief betreffende de aanvraag van een vrijstelling met het oog op het gebruik van niet-drinkbaar water voor de fabricage of het in de handel brengen van levensmiddelen (PCCB/S3/1252620). Merk echter op dat er voorwaarden zijn verbonden aan dergelijke aanvragen.

Concreet kunnen op basis van bovenstaande procedure vrijstellingen bekomen worden die min of meer kunnen onderverdeeld worden in één van volgende twee types toekenningen:

  • een toekenning voor gebruik van schoon water in plaats van water van drinkwaterkwaliteit, waardoor het KB van 14 januari 2002 niet meer van toepassing is op dit type water gebruikt voor deze specifieke toepassing, of
  • een toekenning voor gebruik van drinkwater met afwijkingen voor wel bepaalde parameters, waarbij de resterende vereisten in KB 14 januari 2002 wél nog van toepassing zijn op dit water.

Deze vrijstellingen zijn steeds specifiek voor een bepaalde toepassing/situatie en specifiek voor een bepaald water (hetwelke gekarakteriseerd is door een bepaalde oorsprong, behandelingsproces, …). Ook worden doorgaans specifieke voorwaarden opgelegd om gebruik te kunnen maken van de toekenning.

Op bovenstaande procedure moet geen beroep gedaan worden indien het gebruik van het betreffende water voor die specifieke toepassing reeds beschreven staat in specifieke wetgeving of de sectorale autocontrolegids.

                                                                                                                                                                                                                                                                                

5) Wanneer kan schoon water gebruikt worden voor reiniging en desinfectie van levensmiddelencontactoppervlakken?

Als na de reiniging (en/of desinfectie) spoeling met water noodzakelijk is volgens de gebruiksvoorschriften van het reinigings- of desinfectiemiddel, dan moet deze spoeling met water van drinkwaterkwaliteit gebeuren als het gebruik van water een negatieve impact kan hebben op de ingrediënten of levensmiddelen (bv. overdracht van contaminanten via aerosolen op nabije levensmiddelencontactoppervlakken of grondstoffen).

Onder specifieke voorwaarden kan de operator schoon water gebruiken voor de reiniging en desinfectie van alle oppervlakken en voor het finale spoelen van oppervlakken die niet in rechtstreeks contact komen met ingrediënten/levensmiddelen zonder hiervoor een specifieke vrijstelling te moeten aanvragen, conform omzendbrief PCCB/S3/1252620. De voorwaarden voor gebruik van schoon water voor de voorgenoemde toepassingen zijn de volgende:

  • het schoon water voldoet aan de definitie en mag geen directe of indirecte negatieve invloed hebben op de gezondheidskwaliteit van de geproduceerde levensmiddelen; en
  • de microbiologische kwaliteit is dezelfde als die van drinkwater; en
  • de productie en het gebruik van het schoon water is opgenomen in het bedrijfsspecifieke HACCP-plan; en
  • de kwaliteit van het gebruikte schoon water is compatibel met de gebruiksvoorschriften van de gebruikte reinigings- en ontsmettingsproducten.

Van de vereiste betreffende de microbiologische kwaliteit kan afgeweken worden indien het gebruik van schoon water specifiek beschreven staat in de wetgeving zoals het geval voor gebruik van schoon (zee)water bij visserijproducten of indien het gebruik ervan bekomen werd via vrijstellingen (conform omzendbrief PCCB/S3/1252620).

Het opnemen van schoon water in het HACCP-plan betekent o.a. concreet dat:

  • de gevarenanalyse uitgevoerd in het kader van het HACCP-plan aanleiding geeft tot duidelijke criteria voor het te gebruiken schoon water in een bepaalde toepassing; en
  • het productieproces van het schoon water conform de HACCP-aanpak wordt uitgewerkt, zodat gegarandeerd kan worden dat steeds schoon water van de vereiste kwaliteit aan het aftappunt beschikbaar is; en
  • de nodige operationele monitoring en eventueel verificatiemonitoring van essentiële parameters geïncludeerd wordt in het controleprogramma.

                                                                                                                                                                                                                                                                                 

       

6) Aan welke vereisten moet schoon water gebruikt in de voedingssector voldoen?

Wat het begrip schoon water precies inhoudt in de verwerkende sector is relatief en onder andere afhankelijk van de specifieke toepassing, het geproduceerde levensmiddel/ingrediënt en het verdere productieproces. Het is dus noodzakelijk de precieze criteria/parametervereisten waaraan het schoon water gebruikt voor een bepaalde toepassing dient te voldoen vast te leggen binnen het HACCP-plan. Hiervoor moet o.a. beroep gedaan worden op informatie aangeleverd door de situatie-specifieke gevarenanalyses (bv. welke contaminanten zijn mogelijks aanwezig in dit water?).

Een kwalitatieve gevarenanalyse en HACCP-studie is hierbij essentieel en dient zowel met directe als indirecte invloeden rekening te houden. Zo kan gebruik van water van ongepaste kwaliteit bijvoorbeeld rechtstreeks of direct bijdragen tot microbiologische contaminatie van productieruimten en dus ook de aanwezige levensmiddelen. Maar kan het ook indirect bijdragen tot de contaminatie van levensmiddelen door bijvoorbeeld het voorzien van een voedingsbodem voor micro-organismen, als gevolg van een te hoge organische lading van het water waardoor biofilm-vorming kan gestimuleerd worden. Een te hoge organische lading van het water kan bv. ook leiden tot sabotage van het desinfectieproces doordat bv. het gebruikte chloorhoudend desinfectiemiddel reeds weg reageert met de aanwezige organische belasting in het gebruikte verdunningswater. Waardoor de oppervlakken niet voldoende ontsmet worden.

Afhankelijk van de situatie dient het HACCP-plan ook te voorzien in een gepast controleprogramma bestaande uit operationele monitoring en eventueel verificatiemonitoring. Dit om ten aller tijde te kunnen garanderen dat schoon water van een gepaste kwaliteit geleverd wordt aan het aftappunt in productie.

                                                                                                                                                                                                                                                                               

  

7) Voor welke toepassingen kan niet-drinkbaar water gebruikt worden?

In de meerderheid van de situaties dient het water van drinkwaterkwaliteit te zijn.

Niet-drinkbaar water kan ingezet worden voor toepassingen waarbij de kwaliteit van het gebruikte water GEEN directe of indirecte verontreinigende impact kan hebben op de geproduceerde, gebruikte of aanwezige levensmiddelen(ingrediënten) en levensmiddelengrondstoffen. Dit is aldus water dat niet in direct of indirect contact mag komen met levensmiddelen.

Niet-drinkbaar water kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor brandbestrijding, stoomopwekking of koeling. Er zijn dus geen kwaliteitseisen vanuit voedselveiligheidsstandpunt voor dit type water. De controle op dit water valt niet binnen de bevoegdheid van het FAVV.

                                                                                                                                                                                                                                                                                 

8) Kan (on)behandeld regenwater aangewend worden voor reiniging en desinfectie?

De operator kan behandeld regenwater gebruiken voor reiniging en desinfectie mits de waterkwaliteit voldoet voor de specifieke toepassing.

Naast de waterkwaliteit is ook de beheersing van het (drink)waterproductieproces cruciaal: het waterproductieproces dient te allen tijde een match te kunnen garanderen tussen de geïdentificeerde criteria voor het te gebruiken schoon/drink- water en het aangeleverde water aan het aftappunt in de productie.

Vooral deze laatste vereiste betreffende beheersing maakt dat bijvoorbeeld gebruik van onbehandeld regenwater als schoon water uitgesloten is. Regenwater is een potentieel vervuilde waterbron waarbij de contaminatie tevens kan variëren in tijd. Startwaterbronnen die niet stabiel zijn, zoals regenwater, kunnen niet rechtstreeks ingeschakeld worden voor reiniging en desinfectie zonder de nodige behandelingsstappen die de essentiële garantie kunnen bieden dat het water aan het aftappunt te allen tijde conform is.

Zo kan onbehandeld regenwater vervuild zijn met o.a.:

  • allerlei chemische contaminanten uit de lucht en op het dak
  • contaminanten te wijten aan migratie vanuit contactmaterialen
  • organisch materiaal (van vogelpoep, van bladeren, …)
  • microbiologische contaminanten (van vogelpoep, …).

                                                                                                                                                                                                                                                                                

 

  Nuttige links